Slimme energie voor de club van morgen
Voor veel sportclubs is het een herkenbaar beeld. Op een zonnige doordeweekse middag ligt het sportpark er rustig bij. De zonnepanelen op het dak van de kantine draaien op volle toeren, terwijl binnen het energieverbruik beperkt is. Enkele uren later is dat beeld volledig omgedraaid. De velden zijn verlicht, de kantine is open en de douches worden intensief gebruikt. Juist op dat moment is er geen zon meer en wordt de benodigde energie van het net gehaald.
Die mismatch tussen opwek en verbruik speelt bij vrijwel iedere vereniging. Tegelijkertijd staan clubs voor bredere keuzes rondom verduurzaming. Denk aan investeringen, samenwerking met gemeenten en het slim inzetten van subsidies.
Praktijk als uitgangspunt
Tijdens De Groene Clubavond XL nam Clubexpert Gert Veurink de aanwezige clubbestuurders mee in hoe sportclubs in de praktijk verduurzamen. Aan de hand van de case van vv Beilen en cvv FIT Boys liet hij zien hoe een vereniging in fases stappen zet, samenwerkt met verschillende partijen en gebruikmaakt van beschikbare regelingen en financieringsvormen. Die aanpak maakt verduurzaming behapbaar en realistisch. Niet alles in één keer, maar stap voor stap.
Vanuit de zaal kwamen vervolgens verschillende vragen. Over aansluitingen, netcongestie, subsidies en de rol van een warmtepomp. Maar ook meer fundamentele vragen, zoals waar je als club het beste kunt beginnen.
Inzicht als eerste stap
Wat tijdens de sessie duidelijk werd, is dat veel keuzes beginnen bij inzicht. Inzicht in energieverbruik, in opwek en vooral in piekmomenten. Wanneer gebruik je veel energie en wanneer wek je juist veel op? Veel clubs hebben die informatie nog niet volledig scherp. Terwijl juist dat inzicht bepalend is voor de juiste vervolgstappen. Een clubbestuurder van een middelgrote vereniging uit het oosten van het land verwoordde het treffend. “We hebben zonnepanelen liggen, maar we weten eigenlijk niet precies wanneer we de meeste stroom gebruiken.”
Door eerst te kijken naar verbruiksprofielen en pieken, kan een installatie beter worden afgestemd op de praktijk. En blijkt bijvoorbeeld dat een zwaardere aansluiting lang niet altijd nodig is.
Van opwekken naar slim gebruiken
Waar verduurzaming lange tijd vooral draaide om het opwekken van energie, verschuift de focus steeds meer naar het slim gebruiken ervan. Met het afbouwen van de salderingsregeling verandert het speelveld. Terugleveren levert minder op en in sommige gevallen zorgt netcongestie voor beperkingen. De vraag wordt daarmee niet alleen hoeveel energie je opwekt, maar vooral hoe je die energie zo veel mogelijk zelf benut.
De rol van de warmtepomp
Een warmtepomp wordt vaak gezien als dé oplossing voor verduurzaming. In de praktijk is het echter één van de middelen om energie slimmer te benutten. Voor sportaccommodaties ligt een belangrijk deel van het energieverbruik bij warm tapwater, met name voor de douches. Dat maakt dit in veel gevallen een logisch startpunt. Door een warmtepomp overdag warm water te laten produceren met behulp van zonnestroom, kan deze energie later op de dag worden gebruikt. Het warme water wordt opgeslagen in een boiler en fungeert daarmee als een vorm van energieopslag. Op die manier wordt eigen opgewekte energie direct benut, in plaats van terug geleverd.
Warm water als slimme buffer
Het principe dat warm water als buffer kan dienen, sloot goed aan bij de praktijk van veel clubs. Een vraag die daarbij werd gesteld, is of energieopslag in de vorm van batterijen noodzakelijk is. Voor veel verenigingen blijkt dat de grootste winst eerst zit in thermische opslag. Het slim verwarmen en opslaan van water op momenten dat er zonne-energie beschikbaar is. Dat past goed bij het gebruik van een sportaccommodatie. Overdag is er veel opwek, terwijl het verbruik vooral in de avond plaatsvindt. Door deze beter op elkaar af te stemmen, neemt het eigen verbruik toe en wordt minder energie teruggeleverd.
Ook de vraag hoe dit werkt in de zomer kwam naar voren. In die periode is er vaak veel opwek, terwijl het gebruik van douches lager ligt. Juist daarom blijft inzicht belangrijk, niet alleen op jaarbasis maar ook per seizoen. Zo wordt duidelijk waar en wanneer het slim is om energie te benutten.
Is een zwaardere aansluiting nodig?
Een veelgestelde vraag is of een warmtepompinstallatie vraagt om een zwaardere aansluiting. In de praktijk blijkt dat dit vaak niet nodig is. Door inzicht te krijgen in het huidige verbruik en de piekmomenten kan een installatie hierop worden afgestemd. Door slim te ontwerpen en het verbruik te spreiden blijft de belasting van de aansluiting beheersbaar.
Omgaan met netcongestie
Voor sommige clubs is netcongestie een concreet vraagstuk. In bepaalde regio’s is het niet mogelijk om een nieuwe aansluiting te realiseren of deze te verzwaren. Dat maakt het des te belangrijker om slim met energie om te gaan. Door energie lokaal te gebruiken op het moment dat deze wordt opgewekt, bijvoorbeeld voor warm tapwater, ontstaat er minder teruglevering en minder piekbelasting op het net. Ook binnen bestaande aansluitingen zijn daardoor vaak nog stappen mogelijk.
Is isolatie altijd noodzakelijk?
Bij verduurzaming wordt vaak direct gedacht aan isolatie. Voor het verwarmen van ruimtes speelt dit een belangrijke rol. Voor warm tapwater ligt dat anders. De efficiëntie wordt daar vooral bepaald door de manier waarop energie wordt opgewekt en opgeslagen. Dat maakt het mogelijk om ook zonder ingrijpende bouwkundige aanpassingen al stappen te zetten.
Verduurzamen in stappen
Wat duidelijk naar voren kwam tijdens De Groene Clubavond XL is dat verduurzaming niet in één keer hoeft. De aanpak van vv Beilen en cvv FIT Boys laat zien dat juist een gefaseerde aanpak werkt. Eerst inzicht in energieverbruik en opwek, vervolgens optimaliseren en daarna gericht investeren in passende oplossingen. Voor clubs die te maken hebben met nieuwbouw of een grotere renovatie speelt daarnaast nog iets anders. Juist in samenwerking met een gemeente of andere betrokken partijen is het belangrijk om in een vroeg stadium een adviseur of Clubexpert te betrekken. Zo kunnen keuzes over installaties, aansluiting en energiegebruik beter op elkaar worden afgestemd en voorkom je aanpassingen achteraf. Subsidies kunnen daarbij helpen, maar vragen om een realistische aanpak. Voor veel verenigingen is het verstandig om niet alleen naar één regeling te kijken, maar breder te beoordelen welke financieringsvormen en subsidiemogelijkheden passen bij de plannen en de accommodatie.